Het Mussengilde van Heinkenszand, deel 1

0
706

t Mossegilde. (Deel 1)

Deze keer komt een nogal gewaagd onderwerp aan de orde dat we, op zoek naar iets wat met het voorjaar te maken had, in de krantenknipsels van Janna van Damme-Nijsse vonden.
We ontdekten verschillende artikelen waarin melding wordt gemaakt van een ‘Mussengilde’ in Heinkenszand. Een fenomeen dat in de huidige tijd volstrekt niet meer zou kunnen!
In de Middeleeuwen, had men verschillende gildes, zoals het bakkers-, slagers-,
timmermansgilde, etc.
Mensen met eenzelfde beroep verenigden zich om hun vak te beschermen en het zo kundig
mogelijk uit te voeren. Ze leerden van elkaar en leidden jonge mensen op in het vak.
Er waren ook gildes die weinig te maken hadden met een beroep, b.v. het schuttersgilde dat zorgde voor bescherming van de bevolking.
Begin negentiende eeuw werden op last van de overheid ‘mussengildes’ opgericht ter
bescherming van gewassen tegen vraatzuchtige vogelsoorten.

Boeren en fruittelers leden veel schade door mussen, spreeuwen, kraaien en duiven die met honderden tegelijk het pas gezaaide graan en de bloesemknoppen kwamen oppikken en beschadigen.
In Heinkenszand wilde Dhr. C. Nijsse, later wethouder en loco-burgemeester, dit probleem
grootscheeps gaan aanpakken. Hij richtte op 10 augustus 1912 een ‘Musschengilde’ op.
In ‘s-Heer Arendskerke, ‘s-Heer Abtskerke, Wolphaartsdijk en nog veel meer dorpen in de
omgeving had men zo’n gilde al aan het begin van de 19e eeuw.

(foto Revu, 20-06-1964)

Op de foto zittend van links naar rechts: Jan Lokerse, commissaris, Ko Simonse, penningmeester, Kees Nijsse, oprichter, oudvoorzitter en erelid, Rienbouw van Iwaarden, voorzitter, Piet de Wilde, Secretaris en Dingenis de Winter, commissaris. Staand vlnr. Jan v.d. Swaluw, bode en Chris van Rooijen, keizer.

Het Heinkenszandse gilde werd een bloeiende vereniging met ongeveer 50 leden.
Een keer per jaar kwamen de leden bij elkaar in café Vermeulen, bij Sofie (Hoondert), of Uube Knuut.

Nadat de notulen van de vorige vergadering waren gelezen en goedgekeurd, werd de balans opgemaakt van hoeveel mussen ieder lid te pakken had gekregen.

Art.9. Ieder lid is verplicht een zeker aantal musschen in te brengen, na verhouding als volgt: tot 5 gemeten 30 musschen, 5-20 gemeten 50 musschen, 20-50 gemeten 75 musschen, 50-100 en meer 100 musschen. Een kraai, ekster, val- of boschduif geldt voor 10 musschen. Een ei van een kraai, ekster of duif geldt voor 10 musschen.

Art.10. Alleen de linkervleugel van het in art.9 genoemd schadelijk gevogelte moet bij den bode worden ingeleverd. Hij is echter niet verplicht minder dan 5 musschen tegelijk te ontvangen. Kwam iemand niet aan het verplichte aantal, dan moest hij een boete betalen. Als je te laat op de vergadering kwam, of een bestuurslid niet met zijn functie aansprak, kreeg je ook een boete (f 0,01, of f 0,05, oftewel 1, of 5 cent). Degene die het grootste aantal mussen leverde boven zijn verplichte aantal werd Koning en kreeg een premie van f 3,-. De daarop volgende f 2,- en degene die daarop volgde f 1,-. Had de Koning het volgende jaar weer de meeste mussen, dan werd hij Keizer. Tijdens de vergadering werden de eerste 2 consumpties uit de kas betaald, daarna moest ieder een rondje geven. Het was dus een nogal ‘natte’ vereniging! Toen de secretaris een keer vergeten was om de notulen te schrijven, las hij die van het vorige jaar voor. Niemand bleek het te hebben opgemerkt!

In ons volgende stukje leest u meer over hoe het afliep met de niet altijd even gewaardeerde activiteiten van het gilde! Els Bakker-van Damme, Kees van Damme, Jan Minnaard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in