Historisch Heinkenszand
Op deze pagina vind u een beschrijving van de vroege geschiedenis van Heinkenszand en links naar oude foto's en interessante websites.
Indien u zelf informatie heeft die wellicht ook interessant kan zijn voor opname op deze website klikt u dan hier:
De naam Heinkenszand kwam voor het eerst voor in een oorkonde van 6 september 1351 waarin sprake is dat er ambachten verkocht worden ‘up Heynekijnssand’.
Vrij vertaald betekent deze naam: het zand of de zandplaat van een zekere Heine. De aanduiding kijn is een verkleinwoord en komt ook voor in de naam Hoedekenskerke (Oedekijnskerke – Oede wordt Oedekijn).
Wie Heine is geweest, blijft in de nevelen van de geschiedenis verborgen. Hij kan de pachter van het schor zijn geweest, misschien wel een schaapherder die daar de kudde hoedde.
In en rond Heinkenszand zijn een aantal polders bedijkt. Soms spreken de namen voor zich, zoals b.v. de Oudelandpolder. De Kamerpolder en de Guitepolder ontlenen hun namen aan de kreken de kamer en de Guite.
Kamer betekent een gedeelte van water of land.
Behalve het Vlaandertje spreken de andere benamingen voor zich. Zij geven een richting aan van Noord-Zuid-Oost of West en oud of nieuw.
De Stellepolder is genoemd naar een Stelleberg die zich wellicht op de schorren heeft bevonden voor de inpoldering. Een stel(le)berg is een kunstmatige verhoging waar de rondtrekkende schaapherders bij hoge vloeden hun toevlucht konden nemen. Soms was er in de stelle een put waarin hemelwater werd opgevangen om te dienen als drinkwater van de kudde. Dit noemde men een holle stelle.
Alhoewel oude kroniekschrijvers zoals Smallegange melden dat Heinkenszand al omstreeks 1280 bestond is de allereerste vermelding pas in 1351. Dan verkoopt de graaf het ambacht van wijlen Dirk Daniëlszoon aan Jan Arend Dirkszoon. Beiden behoren tot de van Schengenfamilie uit ’s-Heer Arendskerke, doch van de 5 getraceerde familietakken is er slechts 1 die de naam van Schengen voert.
Zoals we reeds eerder zagen had de graaf zijn rechten op de opwassen aan de Heren van Schengen gegeven, zodat zij als bezitters te boek staan zijn kenmerkt zich door het schrijnende gebrek aan schriftelijke bronnen.
Wanneer precies die polder bedijkt zijn is niet bekend. Juist de periode waarin deze polder ontstaan zijn kenmerkt zich door het schrijnende gebrek aan schriftelijke bronnen.
Bron: boekje ter gelegenheid
opening café/restaurant 'de Blauwe Reiger',
auteur J. de Ruiter
Uit: Monumenten in Nederland - Zeeland - Heinkenszand
Dijkdorp, ontstaan aan weerszijden van de dijk tussen de Oosterlandpolder (bedijkt 1370) en de Oosterguitepolder. Tot het midden van de 19de eeuw bestond de dorpskern uit een langgerekt lint aan weerszijden van deze dijk, de huidige Dorpsstraat. Aan deze dijk bouwde men in de middeleeuwen een kerk en aan de zuidzijde lag het van oorsprong middeleeuwse Huis te Watervliet (gesloopt 1793), ter plaatse van de huidige buitenplaats Landlust (circa 1800). Op het terrein van het voormalige kasteel Barbestein (gesloopt 1905) verrees de katholieke kerk (1866). Na 1945 is het dorp aan de noord- en de zuidzijde flink uitgebreid.
De Herv. kerk (Dorpsstraat 71) is een recht gesloten zaalkerk voorzien van een ingebouwde toren met achtzijdige spits en een moderne aangebouwde consistorie. Deze neoclassicistische kerk kwam in 1844 tot stand ter plaatse van de middeleeuwse dorpskerk. De in 1855 toegevoegde toren kreeg de huidige spits in 1932. Het kerkinterieur is in 1992 gerestaureerd. Uit de oude kerk zijn de preekstoel (1674) en twee door Johannes Specht gegoten lichtkronen (1728) bewaard. Eveneens behouden zijn het grafmonument met allegorische figuur (1719) voor Cornelis de Perponcher-Sedlnitzky († 1733) en een door Johannes Camhout vervaardigd monument in Lodewijk XVI-stijl voor Izaac Hurgronje († 1776) en Johanna van Dishoek († 1766). De vermoedelijk door J. Overbeeke gebouwde orgelkast (1787) is afkomstig uit de Herv. kerk te Nisse (overgebracht 1911).
De R.K. St.-Blasiuskerk (Kerkdreef 6) is een pseudobasilikale kerk met driezijdig gesloten koor, zij-apsiden en sacristie (zuidzijde koor). Deze neogotische kerk verrees in 1864-'66 naar plannen van P.W. Schrauwen op het omgrachte terrein van kasteel Barbestein. Middenschip en zijbeuken zijn onder één zadeldak gebracht. Het ingangsportaal aan de westzijde wordt geflankeerd door achtzijdige traptorens. Het interieur van deze in 1989-'91 gerestaureerde kerk is uitgevoerd met gestukadoorde houten kruisribgewelven en over het koor een stergewelf.
Vanaf 1805 had men de mis opgedragen in het tot katholieke kerk ingerichte kasteel Barbestein, dat bij de inwijding van de nieuwe kerk in 1866 in gebruik kwam als pastorie en ten slotte in 1905 werd vervangen door de huidige pastorie (Kerkdreef 4). Deze grote villa in neorenaissance- en neogotische stijl is ontworpen door C.P.W. Dessing. De toegang via de oprijlaan van het vroegere kasteel is voorzien van een toegangshek met
hekpalen bekroond door schilddragende leeuwen uit circa 1650. Op het kerkhof bevindt zich een Lourdesgrot uit 1911.
Geref. kerken. Van 1882 dateert de voorm. Geref. kerk Dorpsstraat 26, een eenvoudige zaalkerk met spitsboogvensters en een omlijste ingangspartij. Dit gebouw deed dienst als zondagsschool na de ingebruikname in 1906 van de nieuwe Geref. kerk Clara's pad 6. Deze door Tj. Kuipers ontworpen zaalkerk met jugendstil- en neorenaissance-elementen is in 1980 verbouwd en voorzien van een nieuwe ingangspartij.
De voorm. Chr. lagere school (Clara's pad 49a-d) is in 1907 gebouwd als een tweeklassige school met onderwijzerswoning, uitgevoerd met siermetselwerk in gele baksteen.
Landlust (Dorpsstraat 100). Deze buitenplaats is rond 1800 in de huidige vorm tot stand gekomen. Op de resten van een middeleeuws kasteel liet Gillis Cornelissen Brouwer, schout van Heinkenszand, omstreeks 1588 het landhuis Watervliet bouwen. Vanaf 1685 werden hieraan veranderingen en uitbreidingen uitgevoerd door Cornelis de Perponcher-Sedlnitsky, ambachtsheer van Wolphaartsdijk etc. en zijn nazaten. Nadat dit landhuis in 1793 was afgebroken, liet de familie Van Citters rond 1800 het nieuwe huis ‘Bloemenheuvel’ bouwen, dat in 1895 werd gesloopt. Het huidige huis ‘Landlust’ werd vermoedelijk in 1793 als boerderij gebouwd. Rond 1856 volgde een uitbreiding en verbouw tot jachthuis. Dit wit gepleisterde, U-vormige huis met omlopend schilddak heeft aan de voorzijde een tweelaags middenrisaliet met twee hardstenen wapenstenen. De omlijste hoofdingang bevindt zich in de zijgevel. De oudere boerderij (Dorpsstraat 102) aan de achterzijde heeft een woonhuisgedeelte uit circa 1800, opgetrokken in gele baksteen. Haaks hierop geplaatst is de 19de-eeuwse vrijstaande, zwart geteerde, houten dwarsdeelschuur met witte vensteren deuromrandingen en een, deels met riet gedekt, afgewolfd zadeldak.
In 1957 werd de buitenplaats door jonkvrouw S. van Citters geschonken aan de Stichting Het Zeeuwse Landschap, die haar hoofdkantoor vestigde in het midden-19de-eeuwse koetshuis in het park. Dit wit gepleisterde pand met lage verdieping heeft twee stel inrijdeuren. In het park zijn de ronde vijver, de boomgroepen en de heesters restanten van de oude landschappelijke tuinaanleg uit circa 1856 naar plannen van S.A. van Lunteren. Aan de vijver staat sinds 1856 op een hoge stenen sokkel het achtkantige doopvont uit de oude Herv. kerk. Aan de straatzijde bevindt zich een toegangshek met vier natuurstenen hekpijlers uit 1793.
Woonhuizen. Voorbeelden van 19de-eeuwse herenhuizen zijn de voormalige Herv. pastorie Dorpsstraat 42, met een gepleisterde neoclassicistische voorgevel, en de voormalige burgemeesterswoning Dorpsstraat 48, voorzien van een gepleisterde eclectische voorgevel. Beide panden hebben tegenwoordig moderne winkelpuien. Het rond 1870 opgetrokken, wit gepleisterde middenganghuis Dorpsstraat 34 heeft schuifvensters met afgeronde bovenhoeken. Van de ter linkerzijde aangebouwde smederij (Dorpsstraat 36) is de voorgevel vernieuwd. Ervoor staat een houten travalje. Rond 1910 gebouwd zijn de notarisvilla Jacoba (Clara's pad 4), met jugendstil-tegeltableaus en houten topgevelbeschot, en het deels gepleisterde woon- en winkelpand Dorpsstraat 84, voorzien van een winkelpui-omlijsting met geometrische jugendstil-vormen. Uit die tijd is ook het in kalkzandsteen opgetrokken woonhuis Dorpsstraat 13 met bijbehorende werkplaats.
Windmolens. Van de molen De Hoop (Vijverstraat 6a) uit circa 1850 rest slechts de bakstenen romp. In 1852 voor J.M. Raas als korenmolen gebouwd is de windmolen De Drie Gebroeders (bij Stationsweg 13). Deze stellingmolen met ronde bakstenen romp en een met dakleer beklede kap is voor het laatst gerestaureerd in 1968-'70.
De weegbrug met weeghuisje (Stationsweg 9) aan de door de Spoorwegmaatschappij Zuid-Beveland aangelegde spoorlijn dateert uit circa 1927.
Boerderijen. De van oorsprong 17de-eeuwse boerderij Molenhof (Stationsweg 5), met haaks op het woongedeelte een houten dwarsdeelschuur met rieten kap, kreeg in de 18de eeuw het huidige aanzicht. Het oudste gedeelte bevat een kelder met kruisgewelf. Op het erf staat een met riet gedekte, zwart geteerde houten wagenschuur. De St. Blasiushoeve (Dorpsstraat 183) heeft een 18de-eeuws vrijstaand woonhuis met ingezwenkte lijstgevel en omlijste ingangspartij (zijgevel). Terzijde staat een zwart geteerde houten dwarsdeelschuur met afgewolfd rieten zadeldak. Van 1925 dateert de boerderij Stenevate 9 met een woonhuis voorzien van late neorenaissance-details en een aangebouwde houten dwarsdeelschuur. Deze in 1934 vergrote schuur heeft men in 2001 verbouwd tot trouw- en vergaderzaal van de gemeente Borsele.
Buiten het dorp liggen verschillende interessante boerderijen, zoals de hoeve Stelleweg 1 met een in oorsprong 17de-eeuws maar in de 18de eeuw (gele steen) gewijzigd woonhuis met zadeldak tussen tuitgevels en een aangebouwd bakhuis uit de 19de eeuw. De vrijstaande, zwart geteerde, houten schuur dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw. De boerderij Boerendijk 5 bestaat uit een vrijstaand 19de-eeuws woonhuis en een grote, zwart geteerde, houten dwarsdeelschuur met een afgewolfd rieten zadeldak. Rond 1880 gebouwd is de boerderij Heinkenszandseweg 44, waarvan het vrijstaande neoclassicistische woonhuis is voorzien van gepleisterde hoeklisenen, een kroonlijst met fries en raamomlijstingen. Op het erf staat een zwart geteerde houten dwarsdeelschuur. De rond 1890 opgetrokken hoeve Claarensteyn (Heinkenszandseweg 51) heeft een wit gepleisterd middenganghuis als woongedeelte en links een aangebouwde, zwart geteerde, houten dwarsdeelschuur.
Baarsdorp. Dit gehucht ten noord-oosten van Heinkenszand is ontstaan in de middeleeuwen op een kreekrug in het lage gebied de Poel. Van de rond 1880 afgebroken middeleeuwse kerk resteert het ommuurde terrein van het voormalige kerkhof. De kerkhofmuur is in 1973-'74 gerestaureerd. De boerderij ‘Heuvelhof’ (Oude Hoeveweg 8) heeft een L-vormig woonhuis, waarvan het oudste deel met tuitgevel, kruiskozijnen en natuurstenen hoekblokken mogelijk uit de 16de eeuw stamt. Het rond 1700 in gele baksteen toegevoegde gedeelte heeft inwendig tegeltableaus uit die periode. Bij een verbouwing in 1875 heeft men de houten schuur toegevoegd. In de directe omgeving van Baarsdorp liggen enkele vliedbergen (Baarsdorpsezandweg ong.) uit de 11de-12de eeuw. Eén ervan wordt omringd door restanten van een droge gracht van een voormalig mottekasteel.

